De vierde goudstaaf is een gelaagde, filmische en diep ontroerende autofictieve roman over ambitie, moed en het verlangen om gezien en geliefd te worden.

Het verhaal begint in een Europa dat door oorlog uit elkaar wordt gerukt. Jan van Geel, een jonge, getalenteerde bokser met een ontembare drang naar avontuur en erkenning, raakt verstrikt in gebeurtenissen die zijn verdere leven zullen bepalen. Duitsland, dwangarbeid, ontsnapping, liefde, verraad en een geheimzinnige goudroof vormen de achtergrond van een leven waarin moed en ambitie soms nauwelijks van roekeloosheid te onderscheiden zijn.

Maar het werkelijke hart van de roman ligt ergens anders. Jans zoon Jonny groeit op in de schaduw van de afwezigheid van zijn vader. Terwijl Jan telkens opnieuw zijn eigen weg kiest, blijft zijn zoon hopen op liefde, erkenning en de belofte van een gezamenlijk leven. Wanneer die belofte steeds verder uit beeld raakt, worden verlangen en teleurstelling bepalend voor Jonny’s jeugd.

Ook de vrouwen in het verhaal dragen de gevolgen van oorlog, afkomst en de keuzes van anderen. Niemand is uitsluitend held of schurk. Het zijn gekwetste, gelaagde mensen die proberen lief te hebben, te overleven en ergens bij te horen.

Verborgen goud en familiegeheimen zorgen voor spanning, maar De vierde goudstaaf gaat uiteindelijk over iets fundamentelers: wat ouders aan hun kinderen meegeven wanneer ze er niet zijn.

Meer dan een oorlogsroman

De Tweede Wereldoorlog en de naoorlogse jaren vormen het decor, maar de roman gaat vooral over menselijke relaties. Over ambitie en moed, schuld en verlies en de behoefte aan liefde. En over de vraag hoe lang een kind kan blijven verlangen naar erkenning van een vader die steeds opnieuw verdwijnt.

Waarom De vierde goudstaaf?

De goudstaven staan in het verhaal niet alleen voor bezit en gevaar. Ze worden ook het symbool van verborgen waarheden en een verzwegen verleden, die hen blijven achtervolgen en vroeg of laat toch weer aan de oppervlakte komen.

Een goudstaaf kun je verbergen. Een verleden niet.